Nederland luistert de hele dag naar Stephen Emmer (Dutch)

Tussen kunst en kitsch wordt de mooiste muziek gemaakt

AMSTERDAM - Ik denk dat je de hele dag straatinterviews op de Albert Cuyp kan houden, zonder iemand tegen te komen die ooit van Stephen Emmer heeft gehoord. Maar de kans dat je iemand tegen zal komen die zijn muziek niet kent is miniem. Want daarvoor zou de ondervraagde principieel nooit of te nimmer naar de radio moeten luisteren of naar de TV moeten kijken. Stephen Emmer is namelijk de maker van bijna alle radio- en TV-'tunes', de herkenningsmelodietjes van programma's die het Nederlandse volk in de collectieve herinnering staan gegrift, als ze het al niet aan het hart gebakken zitten.

Wie de 66 (!) deuntjes, die Emmer ("zuiver voor de gein") heeft samengebracht op de CD 'MFT' (Music For Television), achter elkaar aanhoort, wordt om de tien seconden overvallen door dezelfde emotie: die ook? Doet nog iemand anders dit werk? Ga maar na. Dit, en nog veel meer, is allemaal van de hand van Stephen Emmer: de 'station call' van Nederland 1, 2 en 3, de herkenningsmelodieën van de KRO, de NOS-Avondvoorstelling, De Wereld van Boudewijn Buch, het NOS-Concert, de VARA-quiz 'Per Seconde Wijzer', het AVRO-Entertainment Magazine, NOS-Laat en vele cursussen van Teleac, plus zijn piece de resistance de tune van het NOS-Journaal, het betrekkelijk vrolijke melodietje dat dagelijks door miljoenen Nederlandse huiskamers klinkt, voor de beroemde gong de emmers (goede uitdrukking, in dit verband!) barre en boze
ellende aankondigt, die over ons zal worden uitgestort.

Ik tref Stephen Emmer op het terras van het Filmmuseum, in het Amsterdamse Vondelpark, op loopafstand van het riante huis dat de componist heeft gekocht in de P.C. Hooftstraat, toch al geen arme buurt, maar nog niet heeft betrokken. Muziek schrijven voor radio en TV is lucratief werk, dat moge duidelijk zijn, vooral als je, zoals Emmer, tot de absolute top van je professie behoort. Instellingen op katholieke, protestant-christelijke, socialistische en humanistische grondslag kloppen met net zo weinig drempelvrees bij de componist aan als anarcho-liberale particulieren, die de meeste collega-artiesten naar Emmers ervaring toch zijn.

Vrijheid.

"Hoe principieel sommige instellingen ook mogen zijn, hun opdrachten zijn net zo algemeen als ze vaag zijn: het moet warm, menselijk en vriendelijk. Nee, ik dring nooit aan op specificatie, dan zou ik vrijwillig de vrijheid opgeven, die van tevoren maximaal is, maar in de loop van het creatieve proces steeds meer zal worden beperkt, zo leert de ervaring. Als ik mijn werk goed doe houd ik de opdrachtgever een spiegel voor, waarvan hij zich aanvankelijk doodschrikt, maar aan welk beeld hij hoe langer hoe meer gaat hechten. Mijn artistieke beloning komt altijd in fasen, steeds dezelfde bovendien: schrik, kritiek, afwijzing, nuancering, enthousiasme, acceptatie, adoratie en, met terugwerkende kracht, inlijving. Tegen die tijd ben ik als leverancier van het muzikale uithangbord 'een van ons' geworden, terwijl ik bij wijze van spreken dan al lang voor de concurrentie kan werken.".

"Alle giganten in mijn vak, of je nou Ennio Morricone, Lalo Schifrin of John Barry neemt, geven van tijd tot tijd blijk van hun frustratie "slechts" als leveranciers van muzikaal behang te worden gezien. Dan gaan ze opeens benadrukken dat ze uit de jazz afkomstig zijn, of hun kamermuziek toch maar uitgevoerd hebben gekregen door het Clevelands Symfonie Orkest. Ik ben helaas ook behept met dat type minderwaardigheidscomplex. De clown wil Hamlet spelen!

Terwijl mijn verstand blijft brullen dat dat niet verstandig is, blijft mijn hart janken dat het hartverwarmend zou zijn. Het komt allemaal door het feit dat, in wat ik maar gemakshalve mijn wereld zal noemen, het hardnekkige misverstand heeft postgevat dat muziek kunst of kitsch moet zijn. Maar tussen kunst en kitsch wordt juist de mooiste muziek gemaakt en als je, zoals met 'Twin Peaks' is bewezen, consequent weigert tussen die twee te kiezen, kan je als componist zelfs in een gebied verdwalen dat nooit in kaart is gebracht.
Dat is toch waar iedereen naar zou moeten streven.".

"Muziek bij beeld is de meest effectieve vorm van toegepaste kunst, maar al sinds de dagen van Charlie Chaplin wordt de componist er op het laatst mogelijke moment bijgehaald. In vliegende haast werkt hij vervolgens tegen een moordende 'deadline' aan, van het laatste restje budget, dat eigenlijk ook al op is. Hoe vaak ik zo'n reus op lemen voeten in de steigers niet op het laatste ogenblik nog wat beton door zijn ruggengraat heb gestort om hem in godsnaam maar te laten staan, ik heb geen idee. Ik herinner me alleen nog met aanzienlijke woede dat ik er vaak de schuld van kreeg "als hij bij zijn eerste pasjes vervaarlijk bleek te zwabberen.".

Veranderen.

"Nog los van het feit dat ik, na al die jaren in dit vak, ook wel een beetje verstand heb gekregen van andere aspecten dan die welke mijn pakkie-an zijn zoals: welke regels van een script moeten worden uitgesproken en welke beter kunnen worden getoond, hoe iets in scene moet worden gezet en hoe de cameravoering moet zijn multimedia-experimenten als ZOO-TV van U2, zijn er de voorbode van dat de positie van de regisseur nu nog een kruising tussen Jezus Christus en diens vader de komende jaren drastisch zal veranderen. Veel van de mensen die hij nu nog als zijn discipelen ziet, die hooguit aan het eind van het Laatste Avondmaal een paar als raadsels vermomde wijsheden hoeven te krijgen opgediend, waaruit ze zelf maar moeten opmaken of ze als verrader zijn bestempeld of mee op de volgende reis mogen, zullen bij wijze van spreken al tijdens het voorgerecht in vertrouwen moeten worden genomen.".

"Om de beeldspraak nog maar even vol te houden: ik gold in kringen waar ik nu de facto ben geaccepteerd aanvankelijk als Thomas, zo niet Judas. Dat kwam omdat ik naar voorbeeld van Francois Truffaut en de zijnen in Cahiers du Cinema: zeik de leden van het establishment af en neem vervolgens hun plaats in een paar jaar lang nogal hoog van de toren had geblazen, in het inmiddels al lang ter ziele zijnde progressieve muziektijdschrift Vinyl. Maar afgezien van een ongeschreven, doch algemeen geldende wet in deze business: vijftigers werken met vijftigers, veertigers met veertigers, dertigers met dertigers en twintigers. moeten nog even wachten, haha de gevestigde orde gaat niet vrijwillig met vervroegd pensioen naar een rijksdeel overzee. Dus mocht ik mijn gang gaan op plaatsen waar ik absoluut geen kwaad kon, op incourante uren, op stations zonder meetbare luisterdichtheid, voor respectabele, maar  machteloze instellingen als het Humanistisch Verbond.".

"Ik ben nu vijfendertig, dus je begrijpt hoe lang het nog heeft geduurd tot ik, en dan nog sluipsgewijs van 'Van Gewest Tot Gewest', via 'Sprekershoek' en het 'Jeugdjournaal' naar het echte werk ben gepromoveerd. Ja, nu ik dagelijks in miljoenen huiskamers te horen ben mag ik met de grote mensen meepraten. Zelfs met de mensen die ik ooit, en tamelijk briljant, al zeg ik het zelf, verketterde. Tonny Eyk bijvoorbeeld. Groot vakman. We worden vast nog vismaten, vlak voor zijn dood.".

"Nee, zuiver in de leer, in welke dan ook, ben ik nooit geweest. Zo leuk als ik het vind religieuze opdrachtgevers heidense oplossingen te bieden voor hun, muzikale, problemen, zo leuk vond ik het de wonderkinderen van Vinyl te shockeren met mijn liefde voor John Barry (schrijver van de muziek voor James
Bond-films, inclusief het beroemde 007-thema JG). Tegenwoordig is er een prachtige uitdrukking voor dat soort in mijn vak noodzakelijke karakterloosheid: post modern. Toen iemand me onlangs, tegen sluitingstijd,
als zodanig kwalificeerde neigde ik ertoe het, met de nodige gratie, als compliment te aanvaarden. Maar voor alle zekerheid heb ik toch maar ontkend, haha.".

[De Telegraaf - Jip Golsteijn - 02/10/1993]

Contact Subscribe Mediamusic

Contactform


Please read our Privacy & Cookie statement